Drijven of zinken is misschien wel het eenvoudigste natuurkunde-experiment dat er is, en toch blijft het spannend. Je kind leert dat je eerst kunt voorspellen en daarna kunt controleren — de basis van onderzoekend leren.
Je hebt niets te kopen: een bak water en wat dingen uit de keukenla zijn genoeg. Het enige wat écht belangrijk is: blijf er altijd bij.
Wat leert je kind?
- Voorspellen en onderzoeken
- Eerst raden, dan testen: de basis van onderzoekend leren.
- Oorzaak en gevolg
- Ontdekken wat er gebeurt als je iets verandert: draaien, duwen, loslaten.
- Taal en woordenschat
- Nieuwe woorden leren en benoemen wat je doet en ziet.
Wat heb je nodig?
Vink af wat je klaar hebt liggen.
Hergebruik (gratis)
Teken twee kolommen (een golf voor 'drijft', een steen voor 'zinkt') en leg de voorwerpen erop.
Meer over papier (oud tekenpapier, folders, tijdschriften)
Heb je waarschijnlijk al in huis
Laat je kind zelf voorwerpen zoeken — dat is al een deel van het experiment.
Meer over kleine keukenvoorwerpen
Gereedschap
- Handdoek of theedoek
- Oud shirt of schort
Veiligheid
Altijd begeleiden. Blijf in de buurt en pas de activiteit aan op jouw kind.
- Verdrinkingsrisico — jonge kinderen kunnen al in een paar centimeter water verdrinken. Blijf er de hele tijd bij, ook als de bel gaat, en giet de bak direct na afloop leeg.
- Gebruik bij kinderen onder 3 jaar geen voorwerpen die door een wc-rol passen (verstikkingsgevaar).
- Gebruik lauw of koud water. Geen glas, scherpe messen of breekbare voorwerpen.
- Gemorst water maakt de vloer glad — leg een handdoek neer en dweil direct op.
Stap voor stap
Zet alles klaar
Zet de bak op een handdoek op de vloer of een lage tafel. Vul hem met een paar centimeter water. Leg de voorwerpen op een rij naast de bak.
Eerst raden
Pak één voorwerp en vraag: 'Wat denk jij, blijft het drijven of zinkt het?' Leg het op het papier bij het plaatje dat je kind kiest. Er is geen fout antwoord.
Testen
Laat je kind het voorwerp voorzichtig in het water leggen. Kijk samen — klopte de gok? Benoem wat je ziet - 'De kurk blijft bovenop liggen, hij drijft.'
Herhalen en vergelijken
Doe hetzelfde met de andere voorwerpen. Bij oudere kinderen kun je vragen 'Waarom denk je dat de sleutel zinkt?' Woorden als zwaar, licht, hol en lucht komen vanzelf.