Peuters zijn dol op de keukenla. In plaats van ze weg te houden, maak je er een spel van. Sorteren op kleur, grootte of materiaal oefent kijken, vergelijken en nieuwe woorden — en het is verrassend rustgevend.
Het enige wat je vooraf doet, is goed kiezen welke spullen meedoen. Groot, onbreekbaar en zonder scherpe randen. Daarna mag je kind alles vastpakken.
Wat leert je kind?
- Voorspellen en onderzoeken
- Eerst raden, dan testen: de basis van onderzoekend leren.
- Taal en woordenschat
- Nieuwe woorden leren en benoemen wat je doet en ziet.
- Fijne motoriek
- Knijpen, plakken en knippen trainen de kleine spieren in handen en vingers.
Wat heb je nodig?
Vink af wat je klaar hebt liggen.
Hergebruik (gratis)
Niet in huis? Pannen, schalen of de vakken van een lege afwasmand.
Meer over schoenendoosTeken op elk vel een kleur of een groot en klein rondje en leg het in de bak als 'etiket'.
Meer over papier (oud tekenpapier, folders, tijdschriften)
Heb je waarschijnlijk al in huis
Denk aan houten lepels, plastic bekers, een garde, een vergiet, een theedoek en een deksel.
Meer over kleine keukenvoorwerpen
Veiligheid
Deels begeleiden. Blijf in de buurt en pas de activiteit aan op jouw kind.
- Gebruik alleen spullen die groter zijn dan de opening van een wc-rol. Past het erdoorheen, dan is het te klein voor een peuter (verstikkingsgevaar).
- Geen glas, porselein, messen, scharen, raspen of zware gietijzeren pannen. Alles wat je kind pakt moet op een tegelvloer kunnen vallen zonder te breken.
- Geen plastic zakjes, elastiekjes of kleine dopjes van flessen in de selectie. Ook schoonmaakmiddelen blijven dicht in de kast.
Stap voor stap
Kies de spullen
Zoek samen 8 tot 12 voorwerpen uit. Doe bij twijfel de wc-roltest. Leg alles op een kleed of op de vloer.
Zet de bakjes klaar
Zet twee of drie dozen of bakjes neer. Leg er eventueel een vel papier in met een kleur of een groot en klein rondje.
Sorteer op één ding
Begin met één regel, bijvoorbeeld 'groot en klein'. Pak een voorwerp en vraag: 'Is dit groot of klein? In welke bak hoort hij?' Je kind legt hem erin.
Benoem wat je ziet
Gebruik woorden als hout, metaal en plastic, zwaar en licht, hard en zacht. Laat je kind de voorwerpen voelen en tegen elkaar tikken — klinkt hout anders dan metaal?
Nieuwe regel
Gooi alles weer bij elkaar en sorteer opnieuw, nu op kleur of materiaal. Vaak bedenkt je kind zelf een eigen regel. Ga daarin mee.